Foto: Donna in het avondlicht
Het is magisch, duizenden lichtjes als glinsteringen van een toverstaf volgen onze lijven door het nachtelijke water. Het is pikdonker, de zee zo glad als een spiegel, het water warm als een bad. Honderden lichtjes van visserskorven fonkelen in de verte als kaarsjes in een halve cirkel om ons heen, sterren schijnen helder, enkel om ons te bekoren.
Dingga heet het hier, de algen die licht geven als je ze beweegt. Ik heb het al zo vaak gezien, maar het blijft wonderlijk mooi. We hangen met een arm aan het laddertje van Donna, en met de andere schrijven we licht door het water. Crismae krijgt er niet genoeg van en bij elke nieuwe beweging kijkt ze gefacineerd naar het vuurwerk van de zee. Even mooi is haar gelukkig gezicht.
Toch weet ik dat haar hoofd niet zonder zorgen is. Haar ouders, broers en zusters zijn bezorgd om haar. Ze bellen haar op met vragen. Waar ze het in haar hoofd haalt om zomaar met een zeiler mee te gaan, haar vakantiejob op te zeggen, ze huurt nog een kamer, wat gaat ze er mee doen? Binnen kort begint de school weer, ze willen dat ze die afmaakt. Ze moet terug naar huis komen.
Ik deel haar zorgen. Ook mijn familie kijkt uit naar mijn terugkeer. “Ik hoop dat het je laatste jaar wordt”, schrijft mijn moeder. Ikzelf mis haar ook, mijn broer en zijn gezin, de hele familie, de nonkels en tantes die als mijn tweede ouders zijn, neven en nichten, vrienden. Ik mis soms zelfs de scholen waar ik les gaf. Edo Wijnen heeft net weer wat prijzen gewonnen. Het doet me denken aan mijn tijd in de Koninklijke Balletschool van Antwerpen. Men kwam hem filmen tijdens een van mijn lessen. Het was een mooie tijd, een tijd die gerust terug mag komen. Maar nu, hier, zo ver weg in de Filipijnen, lijkt het zo zinloos. Wat moet ik daar gaan doen, in het verre verstedelijkte en koude Belgie? 20 jaar gaan werken tot ik weer voldoende geld heb om een zeilboot te kopen om weer hierheen te varen? Hier heb ik gisteren voor twee personen rijst met kip en een drankje 2,60Euro in een restaurant betaald. Zelfs iemand zonder inkomsten zoals ik houdt het hier nog wel een tijdje uit.
Foto: spelende kindjes
Het leven is zalig in de Filipijnen. Ver van de steden is de bevolking relaxed. Ze vlechten matten, vissen en leggen hun vangst dan te drogen in de zon. Het lijken wel ijskristallen op een venster in het koude Belgie.
Foto: de visvangst wordt gedroogd
Ook hier zijn nog plekjes waar men nog nooit een blanke heeft gezien. Vanaf je de populaire plaatsen verlaat kom je mensen tegen die geen kontakt hebben met de buitenwereld, ze spreken geen Engels en ze zijn heel verbaasd iemand te zien die er niet uitziet zoals zijzelf. Ze leven in gevlochten huisjes, soms niet groter dan een tentje. Als ik met mijn kajak land op het strand komen tientallen kinderen naar me toegelopen. Volwassenen staren naar Donna als was het een ruimteschip. Hoewel ze motoren hebben in hun bootjes, hebben ze nog nooit een buitenboordmotor als de mijne gezien.
Foto: Crismae op het strand van Sapian Bay
De mensen zijn heel vriendelijk en altijd bereid om te helpen. Ze willen alles van je weten, en goed dat Crismae er nu bij is, want een tolk is hier echt wel nodig. Ze vragen zich af hoe ik hier kan navigeren, ik ben hier immers nog nooit geweest. Ik leg hen uit dat ik niet over bovennatuurlijke talenten beschik maar kaarten heb van de streek, en een gps. Ze vragen me waar ik heen wil gaan. Boracay is mijn volgende stop. Ze leggen uit hoe ik er heen moet varen. Ik moet me eerst richten tot die rots, dan de kust volgen tot ik een rots zie van die vorm, die houd ik dan aan stuurboord tot er weer een andere rots komt opdagen. Ze kennen hun streek, zo hebben de mensen hier voor eeuwen waarschijnlijk gezeild, en dat was waarschijnlijk ook de manier waarop de lokale loodsen Magelaan geholpen hebben, maar ik houd het toch liever bij mijn manier van navigeren. Men blijft me maar aanspreken met “Sir”. Hoewel ik hen vertel dat ik dat erg ongewoon vindt hebben zij het moeilijk om me gewoon Kris te noemen. Je mag me ook Don Christobal noemen zeg ik al lachend. Als Crismae enkele dagen later mijn telefoon opneemt kijkt ze me met vragende ogen aan. “Ze wil praten met Don Christobal”, zegt ze me. Ik word overal als een koning verwelkomd, en in deze hoedanigheid kom ik ook in contact met andere koningen. De enige andere blanke: Kirk, een amerikaan die zich hier heeft gevestigd.
Foto: Kirks huis
Toen ik de baai verkende, op zoek naar een geschikte plek om te ankeren zag ik het kasteel in de bergen reeds staan. Een reuze groot huis dat bombastisch de hele heuvel domineert. De volgende dag reeds ben ik bij hem uitgenodigd. Deuren gaan voor een westerling open die voor de lokale bevolking voor altijd gesloten blijven.
Foto: Kirk vanaf zijn balkon
Toen ik terugkwam van mijn wandeling naar de sateliettorens stopte een van de zeldzame wagens die je op deze onverharde wegen kan tegenkomen.
“Waar ga je heen?” vroeg de bestuurder.
Ik zegde dat ik niet goed wist hoe de plek heette, maar het was voorbij het huis van Zenny Chapmann en Kirk.
“Ben jij de man van het jacht?”
“Ja”
“Ik breng je naar Kirk, hij zal blij zijn je te zien.”
“Maar ik ken die man helemaal niet, ik weet enkel dat mijn boot daar geankerd ligt.”
En zodoende ontmoet ik in het land der filipino’s de enige andere blanke van de streek. Ik voelde me als Livingstone. “Kris, I presume”, zei Kirk tot mijn grote verbazing, hij was immers niet van mijn komst op de hoogte. “Kirk, I presume”, antwoordde ik, en vroeg hem hoe hij wist wie ik was. “Iedereen weet het!”, antwoordde hij, “de Belg die naar de sateliettorens wilde gaan.”
Foto: Donna in de modder
Er staat bijna geen wind, van elke zucht of lokale depressie maken we gebruik om een tiental mijl verder te zeilen. Van Malapascua zeilden we naar Guintacan Island, dan naar Boulubadiang, nu volgen de kust van Panay en ankerden ik kleine plekjes als Binuntucan, Marancalan, Cauayan, Arbili… ik ben overal de enige blanke. Op de kaarten staan geen ankerplaatsen, het is dus altijd zelf een beetje voorzichtig proberen een geschikte plek te vinden. Dat valt zonder dieptemeter niet altijd mee. In Binuntucan wil ik even gaan zwemmen. Tot mijn grote verbazing komt het water tot net boven mijn middel. De kiel van Donna is volledig weggezakt in de modder. Gelukkig is het 12u later weer hoog water.
Foto: Crismae in de driewieler, we hebben boodschappen gedaan, ik heb ook een nieuwe stoel gekocht, de bestuurder bond hem terstond op het dak van de driewieler
Je ziet hier niet veel zeilers. Dat komt misschien omdat het niet onmiddellijk op de populaire zeilroutes ligt, of omdat er op elk moment van het jaar gevaar bestaat voor tropische cyclonen. Jammer, want na zoveel maanden heb ik nu wel wat nood aan een babbeltje met een andere zeiler. Zelfs hier op Boracay, een plek dat barst van de toeristen ben ik het enige jach. Boracay is volgens de Filipijnen een wereldberoemde mondaine touristische bestemming voor de hele wereld en voor de Filipijnen. Crismae is heel opgetogen. Zoals veel Filipijnen droomde ze er al lang van om er eens te komen, veel mensen op mijn weg wilde mee naar hier zeilen, maar ik kan niet iedereen meepakken. Nu hebben we terug internetverbinding, en de hoop om wat kaas en olijven te vinden in de winkels hier, al verwacht ik niet te veel. Zolang er geen wind staat is het een goede bestemming om eens wat te rusten van het zware zeilersleven.
Foto: Crismae in Boracay



















































































