1305 Panay Island

???????????????????????????????

Foto: Donna in het avondlicht

Het is magisch, duizenden lichtjes als glinsteringen van een toverstaf volgen onze lijven door het nachtelijke water. Het is pikdonker, de zee zo glad als een spiegel, het water warm als een bad. Honderden lichtjes van visserskorven fonkelen in de verte als kaarsjes in een halve cirkel om ons heen, sterren schijnen helder, enkel om ons te bekoren.

Dingga heet het hier, de algen die licht geven als je ze beweegt. Ik heb het al zo vaak gezien, maar het blijft wonderlijk mooi. We hangen met een arm aan het laddertje van Donna, en met de andere schrijven we licht door het water. Crismae krijgt er niet genoeg van en bij elke nieuwe beweging kijkt ze gefacineerd naar het vuurwerk van de zee. Even mooi is haar gelukkig gezicht.

Toch weet ik dat haar hoofd niet zonder zorgen is. Haar ouders, broers en zusters zijn bezorgd om haar. Ze bellen haar op met vragen. Waar ze het in haar hoofd haalt om zomaar met een zeiler mee te gaan, haar vakantiejob op te zeggen, ze huurt nog een kamer, wat gaat ze er mee doen? Binnen kort begint de school weer, ze willen dat ze die afmaakt. Ze moet terug naar huis komen.

Ik deel haar zorgen. Ook mijn familie kijkt uit naar mijn terugkeer. “Ik hoop dat het je laatste jaar wordt”, schrijft mijn moeder. Ikzelf mis haar ook, mijn broer en zijn gezin, de hele familie, de nonkels en tantes die als mijn tweede ouders zijn, neven en nichten, vrienden. Ik mis soms zelfs de scholen waar ik les gaf. Edo Wijnen heeft net weer wat prijzen gewonnen. Het doet me denken aan mijn tijd in de Koninklijke Balletschool van Antwerpen. Men kwam hem filmen tijdens een van mijn lessen. Het was een mooie tijd, een tijd die gerust terug mag komen. Maar nu, hier, zo ver weg in de Filipijnen, lijkt het zo zinloos. Wat moet ik daar gaan doen, in het verre verstedelijkte en koude Belgie? 20 jaar gaan werken tot ik weer voldoende geld heb om een zeilboot te kopen om weer hierheen te varen?  Hier heb ik gisteren voor twee personen rijst met kip en een drankje 2,60Euro in een restaurant betaald. Zelfs iemand zonder inkomsten zoals ik houdt het hier nog wel een tijdje uit.

Spelende kindjes

Foto: spelende kindjes

Het leven is zalig in de Filipijnen. Ver van de steden is de bevolking relaxed. Ze vlechten matten, vissen en leggen hun vangst dan te drogen in de zon. Het lijken wel ijskristallen op een venster in het koude Belgie.

???????????????????????????????

Foto: de visvangst wordt gedroogd

Ook hier zijn nog plekjes waar men nog nooit een blanke heeft gezien. Vanaf je de populaire plaatsen verlaat kom je mensen tegen die geen kontakt hebben met de buitenwereld, ze spreken geen Engels en ze zijn heel verbaasd iemand te zien die er niet uitziet zoals zijzelf. Ze leven in gevlochten huisjes, soms niet groter dan een tentje. Als ik met mijn kajak land op het strand komen tientallen kinderen naar me toegelopen. Volwassenen staren naar Donna als was het een ruimteschip. Hoewel ze motoren hebben in hun bootjes, hebben ze nog nooit een buitenboordmotor als de mijne gezien.

Crismae op het strand van Sapian Bay

Foto:  Crismae op het strand van Sapian Bay

De mensen zijn heel vriendelijk en altijd bereid om te helpen. Ze willen alles van je weten, en goed dat Crismae er nu bij is, want een tolk is hier echt wel nodig. Ze vragen zich af hoe ik hier kan navigeren, ik ben hier immers nog nooit geweest. Ik leg hen uit dat ik niet over bovennatuurlijke talenten beschik maar kaarten heb van de streek, en een gps. Ze vragen me waar ik heen wil gaan. Boracay is mijn volgende stop. Ze leggen uit hoe ik er heen moet varen. Ik moet me eerst richten tot die rots, dan de kust volgen tot ik een rots zie van die vorm, die houd ik dan aan stuurboord tot er weer een andere rots komt opdagen. Ze kennen hun streek, zo hebben de mensen hier voor eeuwen waarschijnlijk gezeild, en dat was waarschijnlijk ook de manier waarop de lokale loodsen Magelaan geholpen hebben, maar ik houd het toch liever bij mijn manier van navigeren. Men blijft me maar aanspreken met “Sir”. Hoewel ik hen vertel dat ik dat erg ongewoon vindt hebben zij het moeilijk om me gewoon Kris te noemen. Je mag me ook Don Christobal noemen zeg ik al lachend. Als Crismae enkele dagen later mijn telefoon opneemt kijkt ze me met vragende ogen aan. “Ze wil praten met Don Christobal”, zegt ze me. Ik word overal als een koning verwelkomd, en in deze hoedanigheid kom ik ook in contact met andere koningen. De enige andere blanke: Kirk, een amerikaan die zich hier heeft gevestigd.

???????????????????????????????

Foto: Kirks huis

Toen ik de baai verkende, op zoek naar een geschikte plek om te ankeren zag ik het kasteel in de bergen reeds staan. Een reuze groot huis dat bombastisch de hele heuvel domineert. De volgende dag reeds ben ik bij hem uitgenodigd. Deuren gaan voor een westerling open die voor de lokale bevolking voor altijd gesloten blijven.

Kirk op zijn balkon

Foto: Kirk vanaf zijn balkon

Toen ik terugkwam van mijn wandeling naar de sateliettorens stopte een van de zeldzame wagens die je op deze onverharde wegen kan tegenkomen.

“Waar ga je heen?” vroeg de bestuurder.

Ik zegde dat ik niet goed wist hoe de plek heette, maar het was voorbij het huis van Zenny Chapmann en Kirk.

“Ben jij de man van het jacht?”

“Ja”

“Ik breng je naar Kirk, hij zal blij zijn je te zien.”

“Maar ik ken die man helemaal niet, ik weet enkel dat mijn boot daar geankerd ligt.”

En zodoende ontmoet ik in het land der filipino’s de enige andere blanke van de streek. Ik voelde me als Livingstone. “Kris, I presume”, zei Kirk tot mijn grote verbazing, hij was immers niet van mijn komst op de hoogte. “Kirk, I presume”, antwoordde ik, en vroeg hem hoe hij wist wie ik was. “Iedereen weet het!”, antwoordde hij, “de Belg die naar de sateliettorens wilde gaan.”

???????????????????????????????

Foto: Donna in de modder

Er staat bijna geen wind, van elke zucht of lokale depressie maken we gebruik om een tiental mijl verder te zeilen. Van Malapascua zeilden we naar Guintacan Island, dan naar Boulubadiang, nu volgen de kust van Panay en ankerden ik kleine plekjes als Binuntucan, Marancalan, Cauayan, Arbili… ik ben overal de enige blanke. Op de kaarten staan geen ankerplaatsen, het is dus altijd zelf een beetje voorzichtig proberen een geschikte plek te vinden. Dat valt zonder dieptemeter niet altijd mee. In Binuntucan wil ik even gaan zwemmen. Tot mijn grote verbazing komt het water tot net boven mijn middel. De kiel van Donna is volledig weggezakt in de modder. Gelukkig is het 12u later weer hoog water.

???????????????????????????????

Foto: Crismae in de driewieler, we hebben boodschappen gedaan, ik heb ook een nieuwe stoel gekocht, de bestuurder bond hem terstond op het dak van de driewieler

Je ziet hier niet veel zeilers. Dat komt misschien omdat het niet onmiddellijk op de populaire zeilroutes ligt, of omdat er op elk moment van het jaar gevaar bestaat voor tropische cyclonen. Jammer, want na zoveel maanden heb ik nu wel wat nood aan een babbeltje met een andere zeiler.  Zelfs hier op Boracay, een plek dat barst van de toeristen ben ik het enige jach. Boracay is volgens de Filipijnen een wereldberoemde mondaine touristische bestemming voor de hele wereld en voor de Filipijnen. Crismae is heel opgetogen. Zoals veel Filipijnen droomde ze er al lang van om er eens te komen, veel mensen op mijn weg wilde mee naar hier zeilen, maar ik kan niet iedereen meepakken. Nu hebben we terug internetverbinding, en de hoop om wat kaas en olijven te vinden in de winkels hier, al verwacht ik niet te veel. Zolang er geen wind staat is het een  goede bestemming om eens wat te rusten van het zware zeilersleven.

???????????????????????????????

Foto: Crismae in Boracay

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

1304 Cebu

 

joeri in het zeil

Foto: Joeri in het zeil tijdens een vlotte overtocht van Woleia naar de Filipijnen, merk de genakker op die ik nog eens uit de zeilkamer heb gehaald

“Please please please, mag ik met je meezeilen?” Dat waren de magische woorden die ze gebruikte om op Donna aan te monsteren. Ik vertelde haar dat ik naar Subic Bay wilde gaan, volgens haar heel erg mooi, maar ze is er zelf nog nooit geweest. Ze is nog nooit buiten de Filipijnen geweest. Niemand van de mensen hier die ik heb ontmoet zijn ooit buiten hun land op reis geweest. Het idee om mee op een zeilboot te varen spreekt veel mensen aan, maar voorlopig is er enkel plaats voor Crismae op Donna. Ze belde promt haar baas op om te zeggen dat ze voor enkele weken niet kwam werken.

Crismae met hoed

Foto: Crismae

Ze wordt het leven op Donna snel gewoon. Zolang Joeri nog aan boord is worden we elke avond op het diner uitgenodigd, enkel in de sjiekste hotels. Hij kijkt niet naar een Euro meer of minder. Enkel het allerbeste is goed genoeg voor hem, en dus ook voor ons. Voor onze laatste avond samen haal ik van diep in het ruim een fles Gloria St Julien van 2002, ooit nog eens gekregen van mijn neef Sven. De fles heeft de halve wereld omzeild, heeft tropen en stormen doorstaan, maar wat een kwaliteit. Het is lang geleden dat ik nog eens iets degelijk van Europese bodem heb mogen proeven.

Joeri en Kris aan de St Julien

Foto: Joeri en Kris aan de digestif, nagenietend van de Gloria St Julien 2002

Onze welvaart staat in schril contrast met de rest van het land. De Filipijnen is een arm land. Op andere plekken waar ik geweest ben hebben de mensen soms veel minder, maar omdat er nog voldoende levensruimte is valt hun armoede niet op. Iedereen is er even rijk. Ze leven van hun omgeving. Maar hier kan het land het teveel aan mondjes niet meer voeden. Visjes van vijf cm, in Belgie goed voor in een aquarium, worden hier gevangen en gegeten.

Lapulapu

Foto: onze eerste ankerplaats, Lapulapu in Cebu

Mensen leven in piepkleine huisjes, veel te dicht bij elkaar. Veel mensen trekken naar de steden, waar ze in sloppenwijken onderdak vinden, hun arbeid voor 300 dollar per maand aanbieden aan grote multinationale ondernemingen.

Kindjes in de sloppenwijk van Lapulapu

Foto: kindjes in de sloppenwijk

Vrijwel het hele land is Rooms Katholiek. De meeste jonge meisjes hebben kinderen. Voorbehoedsmiddelen zijn uit den boze. Het lijkt wel op een gemene samenzwering van de multinationale ondernemingen en de kerk. Die zorgt er voor dat de mensen hier veel kinderen krijgen, zodat er een overaanbod aan arbeidskrachten ontstaat. Die brengen heel hun leven in fabrieken door, leven in armoede, met als enige houvast de hoop die de kerk hen aanbiedt. Zowel de wereldeconomie als de wereldkerk varen er wel bij. Wat een snood plan.

waterbuffels

Foto: waterbuffels

De eerste westerling die hier aankwam was Ferdinant Magelaan. Die was aanvankelijk erg opgetogen met de plaatselijke bevolking omdat zij zo snel tot het Katholisime te bekeren was. Maar toen deze lieve mensen hun lokale gewoonten en vereringen toch niet zomaar wilden opgeven werd de sfeer wat grimmiger. Uiteindelijk kwam het tot schermutselingen waarbij Magalaan op 27 april 1521 omkwam. Lapulapu, de aanvoerder van de krijgers die zijn naam aan de plek heeft gegeven wordt hier als een volksheld aanbeden. Hij was de eerste die de Europese invasie heeft gestopt. Je kan hier een groot standbeeld van hem zien.

kindjes op zoek naar eten

Foto: een mooi beeld, maar deze kindjes zijn op zoek naar eten (foto Crismae)

De Filipijnen hebben me altijd een beetje tot de verbeelding gesproken. Mijn broer is er eens heen gegaan. Hij ging er een verassingsbezoekje brengen aan zijn studievriend John, die was er voor een tijdje gaan studeren en wist van de komst van mijn broer niets af. Toch hebben die twee elkaar snel gevonden.

“Wie zoek je? John? Een Belg? Ah, die kerel die graag bier lust?” Ja, die kende men.

Ze brachten kleurrijke foto’s mee van jeepneys, de lokale bussen en overvolle straten met fietsen en motorfietsen, kleine kraampjes waar je de meest bizarre dingen kan kopen. Het is een totaal andere wereld waar ik toen reeds eens heen wilde gaan. Nu, na een jaar tussen de koppensnellers in de jungle te hebben vertoefd, ben ik eindelijk in de drukke wereld van Azie.

Surigao

Foto: Surigao, onze eerste stop in de Filipijnen

Het is erg handig om eens onder de hoede genomen te worden door een inboorling. Crismae leidt ons met de lokale transpormiddelen naar de mooiste plekjes van Cebu.

driewieler

Foto: driewieler

Crismae aan de waterval

Foto: Crismae aan de waterval

Op onze wandeling komen we een man tegen met een zelf gemaakt geweer. Hij is op jacht naar vogeltjes, om op te eten. Zijn geweer zit perfect in elkaar. Het is gemaakt van een petfles, een houten kolf, een klakkebuis als loop, en een ontsteking van een oude aansteker. Zijn munitie zijn knikkers. Hij schroeft de dop van de fles open, verstuift daar Thinner in, steekt een knikker in de loop en ontsteekt het gas. Je kan je niet voorstellen wat een kracht er achter steekt.

Kris met geweer

Foto: Kris met geweer

Het binnenland van Cebu heeft mooie plekjes. Om er te geraken zijn we verplicht om achterop een taxi brommertje te kruipen. Hier rijden de mensen met vier, vijf op een brommertje. De driewielers worden makkelijk met zes mensen gedeeld, waar ze allemaal zitten snap je niet. Van alles wat ik tijdens mijn zeilreis heb gedaan denk ik dat de rit naar het binnenland gezeten, samen met Crismae achterop dat brommertje, het gevaarlijkste was wat ik heb gedaan.

Kris en Joeri in de waterval

Foto: Kris en Joeri bij de waterval

Joeri een gelukkig en vrij man

Foto: Joeri, een vrij en gelukkig man

 

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Tags: | 1 reactie

1303 Woleai

???????????????????????????????

Foto1: meisje in de zee

Je kan het bijna niet vinden op de kaart: Woleai. N 07° 22’ O 143° 54’, een piepklein atol in Micronesie. We vonden het omdat we goed uitkijken. Af en toe passeren we eilandjes, of gevaarlijke ondiepten en riffen, soms midden in de oceaan.

???????????????????????????????

Foto2: een eilandje met een palmboom, net als in een stripverhaal

Er was een lazyjack gebroken, en om dat te repareren moet je in de mast klimmen. Dat kan je beter doen in een beschutte baai dan in de open zee. Vandaar dat we besloten even dit atol binnen te varen. We waren zeker dat het onbewoond was, zo klein is het, en zo ver weg van de rest van de wereld. Het eerste eiland van een beetje belang is 500nm of 900km ver.

03 Woleai strand

Foto3: Woleai strand (foto Thomas)

Tot onze grote verrassing zijn we er niet alleen. Er wonen niet enkel mensen op het eiland, er ligt ook nog het Deense jacht Orbit voor anker, met 8 man aan boord, waaronder Thomas die de meeste foto’s voor deze blog gemaakt heeft. Samen met de Denen worden we dag na dag door de plaatselijke bevolking uitgenodigd om deel te nemen aan het eilandleven.

Van immigratie en douanen heeft men hier nog niet gehoord. Een praatje met de chef volstaat om legaal in het land te zijn.

04 chef

Foto4: de chef, 74 jaar oud en blind, maar zingt als een operazanger (foto Thomas)

Na ontmoeting met de chef, worden we oficieel verwelkomd met bloemen.Dag na dag worden we ermee overladen.

???????????????????????????????

Foto5: wie welkom is krijgt bloemen, veel bloemen

We worden ook uitgenodigd op alle festiviteiten van en voor Pasen. De mensen hebben hier sinds de Tweede Wereldoorlog hun eigen religies wat verloochend en zijn Rooms Katholiek geworden. Ik kon hen de goede boodschap brengen dat ze een nieuwe paus hebben.Hun oude gebruiken komen soms nog bover water drijven als ze bijvoorbeeld zingen voor goede wind of beter weer. Ook wat betreft hun klederdracht houden ze vast aan hun eigen stijl. Iedereen, ook de vrouwen loopt hier in ontbloot bovenlijf.

06 kris en joeri in de kerk

Foto6: Kris en Joeri in de kerk (foto Thomas)

“Iedereen dezelfde godsdienst!” zegt Tomy, onze tolk. “Dat is het makkelijkst.” Mormonen en getuigen van Jehova die hier in het verleden kwamen aankloppen werden vriendelijk weer van hun eiland gezet.

07 Tomy de tolk

Foto7: Tomy, onze tolk. De hele dag roept hij de jachten op om te weten wanneer we weer aan land zullen komen. (foto Thomas)

Een weekje paradijs, allemaal gratis, want geld heeft er geen waarde. Er is niets op het hele eiland dat je kan kopen. Elke dag bracht men ons groenten, fruit, vlees, te veel om het allemaal op te krijgen. Onze aanwezigheid bleek voor hen ons mooiste geschenk. Elke avond werden we in de (vierkante) mannencirkel uitgenodigd voor tuba; de lokale palmwijn. Het is wel even wennen.

???????????????????????????????

Foto8: mannencirkel, na enkele glazen tuba, de lokale palmwijn verloopt alles wat minder formeel

We breken onze koppen hoe we de plaatselijke bevolking nog meer kunnen danken, maar dat blijkt niet eenvoudig te zijn. Het enige wat we kunnen doen is onze voorraad lollies uitdelen. Normaal geven we dat aan de kinderen als ruilmiddel voor fruit en groenten. Voor de mannencirkel nemen we een grote fles whisky mee. Of dat een goed idee was weet ik niet. Ze vroegen na een glas al snel meer van die rode wijn.

“We hebben geen rode wijn.”

“Van dat geel water.”

“oh, whisky?”

Knik met het hoofd.

???????????????????????????????

Foto9: het hele dorp krijgt een snoepje

We gingen normaal slechts een dag blijven. Maar Tomy, de tolk had niet veel moeite om ons te overtuigen nog tot na Pasen te blijven. We verkennen het eiland, en worden snel vriend met bijna iedereen. Ik sta ook in bewondering voor hun handenarbeid. Met heel eenvoudige middelen maken ze prachtig vakwerk.

10 bootbouwer

Foto10: bootbouwer (foto Thomas)

Hun keuken zit wat minder precies in elkaar. Na elke orkaan moet er veel weer worden opgebouwd. De zeespiegel stijgt, en op eilanden als Woleai wordt men dat het eerst gewaar. Vroeger moest men enkel vechten tegen de wind, nu stroomt tijdens een storm het hele eiland onder. Het enige stenen gebouw is de kerk, die doet dan dienst als opvangcentrum.

11 keuken

Foto11: keuken

12 kindjes komen van school

Foto12: de kindjes komen van school. Onvermijdelijk denk ik aan de paper van Margret Mead over de pubertijd op Samoa. Zou het toch waar zijn? Het is vandaag de laatste schooldag. Morgen is het paasfeest! (foto Thomas)

13 oude vrouw op gekleed voor pasen

Foto13: oude vrouw, iedereen kleedt zich op voor Pasen. Hoewel ze met een stok loopt, draaide ze nog goed met haar kont op het ritme van de muziek, tot grote hilariteit van alle kinderen.

Ook wij zijn weer heel welkom, we worden nog eens in de bloemen gezet. Er worden varkens geslacht en er is genoeg voor iedereen.

???????????????????????????????

Foto14: Joeri en Kris in de bloemen

15 man in feestkostuum

Foto15: man in feestkostuum

16 vrouwendans

Foto16: vrouwendans

Lippenstift wordt hier zelden voor lippen gebruikt, er worden wel dikke strepen en bollen op het hele gelaat mee aangebracht.

17 vrouwengroepje

Foto17: vrouwengroepje

Toen we uit Kavieng, Papua Nieuw Guinea vertrokken had ik er geen flauw idee van dat ik nog een tussenstop zou maken in een van de mooiste plekjes op aarde. Het was niet echt een gemakkelijke tocht. We hadden genoeg diesel ingeslagen om de Doldrums te passeren; de zone rond de evenaar waar zelden wind te vinden is. Echter, vanaf 5graden noord pikt de wind terug op. Net zoals het in de boeken beschreven wordt.

???????????????????????????????

Foto18: Joeri en Kris aan de evenaar. Wie goed ziet merkt op de achtergrond de rode lijn van de evenaar op.

Als ik mijn wereldkaart op mijn Ipad zo klein mogelijk maak, kan ik voor het eerst zowel de plek zien waar ik nu ben als Belgie. Ik ben weer in het Noordelijk halfrond, en in het Oosten. Na alle delen van de wereldbol te hebben afgezeild k krijg ik een beetje het gevoel dat ik weer thuis ben. Ik heb het eens uitgerekend. Nog 10.000nm te gaan, voor ik kan aanmeren in de Willemdok in Antwerpen. Als ik echt zou willen ben ik nog 100 dagen onderweg. Dan moet ik wel door het Suezkanaal. En of dat mogelijk is weet ik niet. Eigenlijk weet ik het wel, alle zeilers raden het af. Er zijn nog veel te veel piraten in die omgeving. Ken van Orbit zegde me dat onlangs nog een Deens jacht gekaapt was. De piraten vroegen 4 miljoen Euro losgeld, na 6 maanden hebben ze betaald. Het hoe en wat weet ik er niet van, het is niet zo makkelijk om er informatie over te vinden op het internet. Dus ik weet niet goed wat ik moet doen. Maar het is Suez of nog eens bijna de wereld rond. Volgens de Denen kan je tegenwoordig ook je jacht op een cargoschip zetten. In Suez kan je het dan gewoon komen oppikken. Mooi, maar dat zal ook wel zijn prijskaartje hebben.

Maar voorlopig bezeilen we nog de Filipijnse zee. De Solomonzee hebben we al lang achter ons gelaten, net zoals de Bismarckzee. Buiten de naam van de zee zijn er nog meer woorden in Papua die aan de Duitse koloniale tijd doen herinneren: men betaalt er met ‘Kundukaarten’ en een grote winkel heet ‘Haus’.

???????????????????????????????

Foto19: De GPS geeft de evenaar aan

Maar mijn gedachten gaan toch nog even terug naar Woleai. Een plek zonder internet, zonder telefoons, en waar de postboot 5 keer per jaar langskomt. Ze hebben het er vaak gezegd; als ik me hier wil vestigen ben ik welkom. Het is toch iets om over na te denken. De meeste mensen spreken er tamelijk goed engels. Zou ik hier kunnen aarden? Een piepklein eilandje in de grote oceaan. Ver weg van alles. Een eiland zonder geld, maar ook zonder armoede, zonder daklozen, zonder ouderlingentehuizen, zonder hospitalen. Voor iedereen wordt gezorgd. Als de vissers van zee komen delen ze al hun vis uit. Drie jaar ben ik aan het zeilen. Drie jaar, misschien wel op zoek naar de laatste stukjes paradijs op aarde. Ik heb het gevoel dat ik het gevonden heb, dat ik het doel van mijn reis bereikt heb. Ik weet nu dat het bestaat. Ik kan dus met een gerust hart weer naar Belgie terugkeren, wetende dat indien ik ooit nog eens de drukke Europese economie wil vaarwel zeggen, dat er een plek bestaat op deze aarde, waar ik welkom ben, zonder dat ik er iets voor in de plaats moet geven.

???????????????????????????????

Foto20: Kris en Joeri in een Japanse bommenwerper, duiken in Kavieng

Foto’s: Thomas Fjelstrup Nielsen

Thomas_pulsar@hotmail.com

Ken Block Jakobsen en Anne Sofie Just Jorgensen van Orbit hebben een website: www.Orbitonline.dk

Zelden heb ik zo een innemend en georganiseerd koppel gezien. Je moet het maar klaarspelen om met 6 man bemanning te doen wat zij doen. Daarbij vinden ze het de normaalste zaak van de wereld om ons nog mee op te nemen op hun duikuitstapjes, etentjes en koffiekletsjes. Bedankt Ken en Sofie, ook jullie zullen we missen.

De zeiltocht naar de Filipijnen viel goed mee, wind van achter, het grootste deel hebben we met de genakker gezeild. Ondertussen ben ik wat over een andere Deen aan het lezen: Tycho Brahe. Deze astronoom, die tijdens zijn studentenjaren tijdens een degenduel een stukje van zijn neus was kwijtgespeeld beschreef voor het eerst een supernova. Volledig in de sfeer van de astronomie zit ik even later op het dek naar een merkwaardige ster te staren. Misschien is het Canopus dat we zien. Mijn positie: N10 13 E133 28, Tijd 5/4/2013, 21:23. Ze is fel, heel fel, veel feller dan de andere sterren, maar minder fel dan de planeten, maar het merkwaardige is dat ze naast fel wit ook verschillende kleuren schijnt. Duidelijk rood en blauw, soms groen en violet. De kleuren zijn zo duidelijk dat ik een hele tijd denk dat het een vliegtuig is, maar de ster beweegt niet. Uren later staat ze op dezelfde plek, te flikkeren als een kerstboom. Dit moet een belangrijke observatie zijn. Ik ben er zeker van. Ook de volgende dagen zien we het zelfde fenomeen. Merkwaardig.

starend jongetje

Foto: starend jongetje (foto Thomas)

Op 9/4/13 komen we aan in Surigao, de Filipijnen. Na een telefoontje met mijn moeder kom ik te weten dat de kustwacht van Guam naar Donna op zoek is. We waren wat te lang onderweg geweest. Dat is de prijs die je moet betalen om even een tussenstop te maken in het paradijs. Het voelt goed te weten dat je niet zomaar van de aardbol kan verdwijnen. Het is een gedachte die toch regelmatig komt opborrelen, wat zou er gebeuren als ik hier en nu schipbreuk lijd? Nu weet ik dat indien je het lang genoeg kunt overleven, er nog hoop is.

Message for sailors in Micronesia

Are you sailing to the Philippines, or coming from there and passing Micronesia? This is a message for you, and for all the sailors who are planning to visit the island of Woleai.

The chief asked me if I could help him find sails, thread and needles for their sailing canoes. 40 square yards for one sail would suffice. They have 5 canoes with ripped sails, waiting for canvas. So if you have an old sail, please don’t throw it away. You can make the whole island of Woleai so happy that you don’t want to leave anymore. You will be welcomed as kings. We came empty handed, and still, Woleai was one of the nicest and finest of all my stays around the world.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , | 4 reacties

1303 Rabaul en haar vulkaan

 Image

Foto: Joeri en Kris voor de Tavurvur. Hij gaat weer tekeer. Gelukkig staat de wind goed.

In sommige landen rijdt men links, op andere plaatsen rijdt men rechts van de baan, in Papua Nieuw Guinea rijdt men soms links, soms rechts, naargelang de staat van de weg. Zucht. Er is hier niet veel dat volgens regels verloopt. Soms wordt het me wat te veel, boei ik er me te veel in op. Vooral als je dingen gedaan wil krijgen. Ik ben de gang van zaken in  derde wereldlanden nu toch al wel wat gewoon geworden, drie jaar vertoef ik nu toch al in gebieden die ver van het westerse denken verwijderd staan, waar tijd een ander begrip is, maar Papua Nieuw Guinea is toch weer wat anders. Jonges. Gisteren heb ik de hele dag gezocht naar dieselfilters, vandaag had ik de hele dag nodig om mijn emails te lezen. Erg frustrerend, vooral omdat je niet kwaad kan zijn op die mensen. Ze lachen heel vriendelijk hun bloedrode tanden bloot, terwijl ze als herkauwers hun betelnoten aan het vermalen zijn. Maar niets gaat vooruit.  Laat me dus maar beginnen om me te verontschuldigen, want eigenlijk zijn het schatten van mensen. Voor het eerst voel ik me veiliger in ‘steden’ dan in dorpjes waar ze in geen jaren meer een blanke hebben gezien. Hier in Rabaul zijn er toch ten minste nog een handje vol: Steve, de vulkanoloog, Rod, een jager naar gezonken vliegtuigen, Bruce, een gepensioneerde werknemer van de oliemaatschappij, Tony, de eigenaar van de cacaoplantage, je hebt nog de eigenaar van het Rabaul Hotel en de vertegenwoordiger van Coca Cola. Je kent ze allemaal erg snel. Als je zelf ergens een blanke ziet, schud je meteen handen en stel je jezelf voor. De rest van de bevolking wil het zelfde doen. Meer nog dan in Fiji zeggen de mensen goede dag, schudden handen en willen weten waar je vandaan komt. Vriendelijker kan echt niet. Iedereen wil je helpen, iedereen staat je te woord, iedereen lacht je vriendelijk toe en is bereid voor een praatje. Ze lopen graag een eindje met je mee, maar wil je iets anders van hen gedaan krijgen lijkt het alsof je tegen muren bezig bent. Ze zijn sowieso al traag, die betelnoten maken van hen een soort onbewogen beweger, een soort goede godheid die vanop grote afstand glimlachend de wereld aanschouwt en zegt: “zo is het goed, laten we er vooral niets aan veranderen.”

 Image

Foto: Tavurvur

 

Misschien komt het allemaal wel door de vulkaan. Die is overal heel nadrukkelijk aanwezig. Met een vulkaan in je achtertuin ga je het leven ongewild relativeren. Alles ligt bedekt met as: wegen, huizen, zelfs de krollende haren van de bevolking lijken vol as te zitten. De mensen zijn vuil en stoffig, alsof ze net zelf uit de vulkaan komen gekropen. Door de vele vuurtjes die men hier stookt lijken ze zelfs nog een beetje na te roken. De wegen liggen vol met as, en maken de rit van Rabaul naar Kokopo, de nieuwe stad, verschrikkelijk. De overheid doet niets. Kinderen hebben het gat in de markt gevonden, met schopjes vullen ze de oneffenheden in de wegen, autochauffeurs gooien hen door het raampje fooien toe voor hun arbeid. Australie heeft eens een paar miljoen op tafel gelegd om de weg weer uit te graven. De president gebruikte het geld om zijn eigen oprit mee aan te leggen. Toen Australie kritiek gaf verklaarde hij publiek dat hij deze post koloniale houding van Australie niet pikte, en dat Papua Nieuw Guinea zelf mocht beslissen wat ze met dat geld deden. De elektriciteit ligt enkele keren per dag plat. Vandaag zag ik een groepje dorpelingen een elektriciteitspaal recht houden die dreigde om te vallen. In Kokopo is ook een golf. In de praktijk lijkt het meer op een hondeweide, de plaatselijke bevolking gebruikt het als picknick plek. Jongeren spelen er voetbal.

Image

Foto: Joeri op de rand van de vulkaan

 

De drang om eens bovenop een vulkaan te staan is te groot voor Joeri, hij wil er op. Mijn honger was na Mount Yasur op Tanna wat gestild, maar ik begrijp zijn enthousiasme. Op een rustige dag klimmen we erheen.

 

Als we enkele dagen later Steve van het vulkanologisch centrum leren kennen vertelt hij ons honderd uit over wat hij allemaal doet, erg interessant allemaal. Over de hele wereld is een netwerk opgebouwd van seismografen. Zo kan men de bewegingen van de aarde beter te begrijpen. De instrumenten zijn zo gevoelig dat een atoomtest waar ook ter wereld gemeten en gelokaliseerd kan worden. Vandaag krijgt hij een delegatie van de Verenigde Naties uit Wenen op bezoek om het systeem te bekijken.

 Image

Foto: Kris voor de seismografen

Ondertussen is het wachten op een goede wind. De hele tijd worden we geplaagd door een noord-west monsoon. Die kan nog weken aanhouden. Dat laat ons niet veel opties open. Het enige wat we kunnen doen, is proberen zo veel mogelijk noord te geraken, de evenaar over te steken en dan proberen de noordelijke passaatwinden te vinden die ons dan misschien via Palau naar de Filipijnen moeten brengen.

We hebben diesel en water ingeslagen, vandaag zullen we inkopen doen, morgen immigratie en dan wachten op enkele dagen andere wind om weer de zeilen te hijsen. Geen restaurants en golftornooien meer dan, maar wel weer op weg naar nieuwe oorden. Weg van Rabaul en haar stoffige bevolking.

Image

 

Foto: Tavurvur is weer even rustig

 

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

1303 Rabaul

Image

Foto: Judi en haai

“In the real world zou ik dat nooit eten, maar hier smaakt het heerlijk” zegt Judita. Ze heeft het over kaas. Het ziet er niet uit en smaakt navenant. Ik ben het al gewoon geworden, hoe ze het altijd heeft over de ‘echte wereld’, in tegenstelling tot ons leven op Donna. Alsof ze al die tijd in een droom leefde. Het flatteerde me te horen dat de maanden die ze met mij heeft doorgebracht de beste van haar leven vindt. Het was inderdaad geweldig met je, Juditka, kunda z ryby. Ik ga je ook missen, erg veel zelfs, ik wens je het allerbeste toe in de echte wereld.

Image

Foto: Judita, op weg naar de echte wereld

De echte wereld zal nog even op mij moeten wachten. Met Joeri beklim ik de Kolombangara, de vukaan die Gizo domineert. Het is een steile en moeilijke tocht die zonder gids onmogelijk is. We worden niet verwend zoals bij onze vorige tocht, de gids vraagt me het hakken over te nemen; zijn arm is moe geworden. Wat later vraagt hij me om zijn water te dragen, het kan niet meer in zijn rugzakje waar normaal vermoed ik zijn kinderen mee naar school gaan. Hij heeft ook niets bij om te eten. Gelukkig heb ik de noodrantsoenen van Donna in mijn rugzak gestoken, zodat ik hem wat kan geven. Ik had die rantsoenen nog van Hubert gekregen. Hij had ze in De Kampeerder gekocht voor mijn afscheidsfeestje in Belgie. De kip currie smaakte heerlijk, het ontbijt ook, wel wat zoet. Het vanilla dessert is niet te eten.

Image

Foto: Kris met voedselpakket van Hubert

Over PNG hoor je heel veel zeggen. Meestal niet erg goed. Je moet er opletten, het zijn dieven, je kan niemand vertrouwen, soms plegen ze tamelijk geweldadige overvallen. Bougainville zijn we wijselijk gepasseerd, het is een speciaal verhaal. Het is een soort wetteloze vrijhaven. De bevolking was er in opstand gekomen tegen de mijnbouwbedrijven. Land is heilig voor die mensen, als je een wandeling maakt en je komt iemand tegen moet je altijd vragen of hij het goed vindt als je over zijn land loopt. Het is een kwestie van beleefdheid, want meestal zeggen ze heel vriendelijk “ja”. Die mijnbouwbedrijven sloten over de hoofden van de plaatselijke bevolking heen contracten af met Port Moresby, en dat pikten ze niet. Ze verjoegen de mijnwerkers, Port Moresby stuurde eerst de politie, dan het leger. Maar veel van de militairen kwamen uit de regio, ze gingen rechtstreeks naar hun dorpen om met hen mee te vechten. De plaatselijke bevolking verschanste zich, nu goed bewapend, in de strategische tunnels en bunkers die de Jappanners er hadden achtergelaten en gaven het regeringsleger geen schijn van kans. Er sneuvelden duizenden soldaten. In de Jimmy Cornell p441lezen we dat jachten zich beter ver weg van Bougainville houden. De volgende zin gaat over Rabaul: “This well protected harbour is also a port of entry for Papua New Guinea, its main disadvantage being the fact that it lies in the proximity of an active volcano, which has erupted recently. Volcanic activity in the area is being carefully monitored, but the area should be avoided until life returns to normal. Cruising yachts normally anchor off the yacht club on the east side of the harbour but the club was badly damaged by the latest eruption.”

Het is er inderdaad allemaal nog te zien, de jachthaven die met haken en ogen in elkaar steekt, en de verwoeste stad, een modern Pompei, nog steeds volledig bedekt door een soms meters hoge laag vulkaanas. Daar waar de as niet zo dik lag heeft men de wegen weer uitgegraven. Men rijdt er dan tussen twee hoge muren, zoals bij ons als het goed gesneeuwd heeft. Maar het meeste in Rabaul, in die tijd de mooiste en welvarendste stad van de Pacific, is volledig verwoest. Hier en daar zie je nog een eenzame trappentoren staan, wat muren, een electriciteitspaal, maar de rest ligt diep begraven onder gitzwarte aarde.

Image

Foto: Joeri op de trappentoren

Dit alles maakt dat de regio niet erg populair meer is voor zeiljachten. Ongeveer 6 jachten ankeren hier jaarlijks. De lokale bevolking schertst zelfs dat de meeste jachten hier worden binnengesleept met motorproblemen. Een sterke uitspraak die ik graag geloof. Het is nu eenmaal geen makkelijke zeiltrip, van Gizo naar Bougainville, constant de wind op kop, tegen de stroming. Zelfs met de motor aan en volle zeilen maken we soms minder dan 2 knopen. Door het schommelen wordt de diesel danig door elkaar geschud, tot drie keer toe moet ik filters vervangen. De voorfilter was volledig geblokkeerd.

30nm voor Rabaul zoeken we beschutting in een baai in het st Georges Channel, onze eerste stop in Papua Nieuw Guinea. De mensen lijken heel sterk op die van de Solomon Eilanden, maar zijn weer net een beetje anders. Het duurt niet lang of ze hangen weer allemaal rond Donna. Met hun kano’s komen ze geruisloos als krokodillen naar ons toegevaren. We voelen ons niet meteen op ons gemak in de baai. Iedereen waarschuwt ons dat je de anderen niet kan vertrouwen. Ze kijken naar Donna als katten naar een biefstuk op de keukentafel.

“Je hoeft geen schrik te hebben,” zegt iemand met een zwaar litteken in het aangezicht aan bakboord van Donna over een onzuiver figuur aan stuurboord, “hij is mijn broer. We zitten samen op het seminarie, we leren voor pastoor. Wij zijn goede mensen.” Zijn broer ondertussen draait omheen Donna en neemt luidop op wat hij waarneemt: “hm, een vishengel, hm, een Yamaha buitenboord motor, goed, vier paarden,  hm …”

“Wij zijn geen criminelen,” drukt hij ons op het hart, “maar de anderen kan je niet vertrouwen, vertrouw enkel ons.” Erg geruststellend.

Ik peddel naar de kant en krijg een rondleiding door het dorp. Bij mijn terugkomst staat een breedlachende man me op te wachten met een reuzen papaya in zijn handen. Voor mij. Het is de manager van de cacaoplantage. Een heel vriendelijke man, hij wil alles van mijn reis weten. Bij ons afscheid stelt hij voor om een van zijn boys op Donna te laten overnachten. Voor de veiligheid. Ik bedank hem voor het aanbod en beloof om zelf op het dek te slapen. Het is een prachtige omgeving, maar we willen hier zo snel mogelijk weer weg.

De volgende dag proberen we het tot Rabaul te maken. Het is niet ver, maar we halen het niet voor donker. De GPS is ongeveer een mijl verkeerd, wat tot een bijna aanvaring met de vulkaan Tavurvur leidt. Die kan je beter niet te veel ophitsen, want hij is nogal humeurig. Hij was voor een lange tijd rustig, maar nu spuwt hij weer dagelijks tonnen as de lucht in. Het was ook de Tavurvur die verantwoordelijk was voor de verwoesting van de hele stad Rabaul in 1994. Aan de andere kant van de baai ontstond toen zelfs een nieuwe vulkaan, die was op 12uur zomaar uit de zee opgerezen. Het is de eerste keer dat ik een berg zie die jonger is dan ik. De aarde leeft hier, en dat merk je, dat voel je. Aardbevingen zijn dingen van elke dag. Je staat met je voeten steviger op Donna dan op de zwarte grond van Rabaul. Deborah, de geoloog die in Panama met me gezeild heeft vertelde me toen over de Pacific en de ring of fire. Ik heb nog vaak aan haar gedacht toen ik al dat geweld zag. Ze heeft me trouwens opnieuw gecontacteerd. Binnen kort wil ze weer een eindje met me mee varen. Als ze zich haast kan ze al dat vuur nog met haar eigen ogen zien.

Image

Foto: Tavurvur met op de voorgrond een boot die de aanlegstijger heeft gemist. Het ligt bezaaid met wrakken in de baai van Rabaul, op de meesten hebben enkele families hun intrek genomen

Geplaatst in Uncategorized | 4 reacties

1302 Solomon Eilanden

kanos in krokodillenland

Foto: kano’s in krokodillenland (foto Judita)

Mijn goede vriend Peter trekt regelmatig met een metaaldetector de Ardennen in, om overblijfselen van de Tweede Wereldoorlog op te graven. Als hij dan een stukje van een gesp vindt of een lege kogelhuls springt hij een gat in de lucht. Ik heb vaak aan hem gedacht toen ik het pad van Maruyama volgde.

willy jeremy en joeri over de kaart

Foto: Chef Willy, Jeremy en Joeri stippelen de weg uit die we gaan volgen

Het is een lang verhaal dat begint tijdens een cocktailparty. Joeri heeft een tijdje op ons moeten wachten. Dat deed hij toevallig in het hotel waar de ex-pats van Honiara op vrijdag avond hun glaasje komen drinken. Je komt ze er dan allemaal tegen, de vertegenwoordigers van het Rode Kruis, de EEG, Oxfam, Unicef, UNO, diplomaten, consuls en adviseurs. Een boeiende wereld van belezen en beleefde mensen waar ik me eigenlijk meteen goed thuis voelde. We worden van de ene aan de andere geïntroduceerd als de buitenbeentjes van groep. We komen meteen veel te weten over de Solomon Eilanden, in 1568 ontdekt door de Spanjaard Álvaro de Mendaña de Neira die er een gouden rivier had gevonden, en het daarom noemde naar de Bijbelse koning Solomon, wiens land met goud beladen was….

dolfijnen

Foto: dolfijnen

Het was daar dat we Jeremy Watson tegen kwamen. Hij is hier voor de burgeroorlog die hier tot kort woedde. Australië richtte daarvoor de vredesmacht Ramsi op. Het probleem ging hem voornamelijk om land. Jeremy had als taak met de verschillende chefs te onderhandelen. Zo komt hij Willy tegen. Hier begint een interessant verhaal. Willy is chef van het gebied waar de Japanners tijdens de tweede Wereldoorlog strijd voerden met de Amerikanen. Hij laat hem een greep zien uit de vele artefacten die hij op zijn land gevonden heeft. Jeremy geraakt geboeid en doet wat opzoekingwerk.

vorken van de US ARMY

Foto: vorken van het Amerikaans leger. Ik herken ze van bij me thuis, mijn ouders hadden ze gekocht na WOII; we eten er nog steeds mee.

Je houdt het niet voor mogelijk, maar eilandjes als Guadalcanal bleken strategisch belangrijk geweest te zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog. Er zijn toen zoveel schepen gezonken dat men de zee hier de ‘ijzeren bodem’ noemt. Op het hele eiland was toen slechts één dorpje, in de buurt van Honiara, waar we met Donna ankerden, voor de rest was het onbewoond. De Japanners hadden er een militaire basis en een vliegveld gebouwd om controle te krijgen over de Pacific. De Amerikanen zagen dit niet goed zitten en wilden de Jappen er weg. Ze veroverden de luchthaven. Maar de Jappen lieten zich niet doen, de luchthaven was de reden waarom ze het eiland bezet hadden. Generaal Maruyama ontwikkelde het plan om met zo’n 7000man artillerie, mortieren en machinegeweren in een cirkelbeweging door de jungle naar Henderson airfield te trekken. Daar zouden ze de Amerikanen vanuit de flank aanvallen, de luchthaven heroveren, en eens goed gaan eten. Dat laatste was belangrijk, want ze hadden niet voldoende voedsel bij zich voor de terugtocht. Ze veroverden de luchthaven niet, dus geen diner op het einde van de wandeling. Tijdens hun terugtocht lieten ze letterlijk alles achter; kanonnen, geweren, een medische post, bommen en granaten en ook zij zelf. 3500 Japanners zijn naar schatting op dat pad gestorven, de meesten van uithongering en malaria.

Joeri op oorlogspad

Foto: Joeri op oorlogspad

Je kan je voorstellen dat het Maruyama pad een droom is voor al wie op zoek is naar souvenirs uit de Tweede Wereldoorlog. En toch… niemand heeft na de Japanners het pad ooit weer afgelopen. Niemand. Jeremy zocht uit welke weg ze juist gegaan waren, en met chef Willy heeft hij de verschillende delen van het pad verkend. Wij waren dus de eersten die in één ruk de Maruyama trail hebben afgewandeld. En dan nog, we hebben enkel het interessantste middendeel gedaan. Het totale pad is een tocht van ongeveer 6 dagen door de jungle. Het zal je niet verwonderen dat je wat vindt, overal waar je graaft. Skeletten, en beenderen, handgranaten, mortieren, kanonnen, kleine flesjes met vloeistoffen, soms nog pistolen en zwaarden. Op de eerste plek waar ik lukraak wat begon te graven vond ik meteen delen van een radio, een gasmasker, kogels in een lader, wat beenderen en een stuk helm. Erg speciaal toch, zo eens zelf archeoloog spelen, graven in het verleden. Als je eerst de schedel dan de beenderen en uniformknopjes van een Japans soldaat opgraaft ga je sowieso proberen voor te stellen wat die man doormaakte tijdens de laatste uren van zijn leven. Je voelt je schuldig om zijn 70jaar durende rust zo abrupt met het puntje van je mes te verstoren.

Schedel

Foto: schedel

Onze gidsen hadden er minder problemen mee, ik zie hoe een machete los door een schedel gaat, de beenderen worden op een hoopje gegooid, samen met de andere dingen die ze er omheen vinden. Zij graven beenderen op voor de Japanse regering. Die geeft er zo een 10EUR per lichaam voor. Voor de chef was het de tweede keer dat hij hier was, voor zijn boys was het de eerste keer. Ze groeven als bezetenen met hun machetes door de mulle grond.  Een dogtag, het metalen identiteitsplaatje dat soldaten om hun hals dragen brengt zo een 40EUR op, dat is wat wij hen betaalden voor een tocht van drie dagen door de jungle.

dogtag

Foto: dogtag van Arthur Sullivan; soldaat nummer 32530996 T43. Indien de familie er naar op zoek is kunnen ze me contacteren.

Michael en Henry, zo heetten onze twee boys. Hoe oud zijzelf of hun kinderen zijn weten ze niet precies. Geboorten worden niet geregistreerd. De vraag hoe oud iemand is wordt altijd beantwoord met een: “oh, maybe … ”, en dan een stilte, en dan een paar getallen waar je zelf uit mag kiezen. Ze komen uit een andere wereld, en hebben duizend vragen over de onze. Ze hebben eens een film gezien, over New York. Ze willen weten of onze steden er ook zo uit zien. Ze begrijpen niet hoe onze mensen zulke hoge gebouwen kunnen maken. Ze moeten erg sterk zijn. Hoe klimmen zij er op? Die gebouwen zijn zo glad. Er zijn nergens plekken waar je je aan kan vast houden. Ze staan vol bewondering voor wat wij, witte mensen allemaal kunnen.

Toch sta ik en wij allen nog veel meer in bewondering voor wat zij kunnen.  Ik ben niet volledig hulpeloos in de natuur, ik zal niet onmiddellijk omkomen als ik ergens gedropt wordt. Ik denk niet dat ik erg overdrijf als ik stel dat ik de meeste van mijn vakanties heb doorgebracht in de natuur, zo ver mogelijk weg van de beschaving. Ik geniet ervan om te eten wat de natuur schaft, wakker te worden met een zicht over een wijde vallei. Ik hou van de natuur, maar de natuur is niet je vriend. Je blijft in leven zolang je de strijd met de natuur wint. Zo simpel is het. Dat wordt je in een park of bos in Europa natuurlijk niet meer gewaar, maar wel in de jungle van Guadalcanal. En dat is waar chef Willy met zijn boys leven. Geef deze mensen een machete, en ze overleven, niet voor enkele dagen, maar voor altijd, want de jungle is hun huis. Ze gaan op zoek naar de eieren van de megapods. Dat zijn een soort vliegende reuzenkippen, die maken holen als van vossen. Hun eieren zijn twee keer zo groot als die van kippen van bij ons. In minder dan twee uur maken Willy en zijn mannen een waterdichte hut, ’s nachts vangen ze zoetwaterkreeften, schelpjes en paling; met de inhoud van een mortier ontsteken ze een vuurtje, elke dag sprokkelen ze hun groenten bij elkaar, die ze in bamboe heerlijk klaarmaken. Met hun dikke voeten hebben ze geen schoenen nodig, ze drinken water uit de beek, vinden noten en kennen hun jungle als hun broekzak, al brengen ze ons naar plekken die ook voor hen onbekend zijn, ze weten in grote lijnen hoe ze moeten lopen. Zonder deze mensen zouden wij eindigen, net zoals de Japanners. Ik heb veel respect voor hen, en heb in deze drie dagen meer van overleven geleerd dan ooit tevoren. Voor hen is het de normaalste zaak. Als we onze kampplaats verlaten gooien ze wat kogels en granaten in het vuur. Ze lachen als kinderen als wij verschrikt naar het vuurwerk achter ons kijken.

onze kampplaats

Foto: onze kampplaats

Als we terugkomen van onze tocht krijgt Joeri een berichtje van Jeremy: Onze boot heeft de tsunami doorstaan. We denken dat hij een grap maakt, maar het bleek echt en zelfs ernstig geweest te zijn. Maar Donna lag er dus nog zoals we haar verlaten hadden. Enkel onze kajak was losgeslagen en vinden we op de kant.

groepsfoto

Foto: groepsfoto: Michael, Joeri, Chef Willy, Judita, Henry; onze gidsen dragen schoenen eerder voor de show denk ik; bij vertrek en aankomst, in de jungle lopen ze blootsvoets

Guadalcanal, dit eiland huist de hoofdstad van de Solomon eilanden; Honiara. Het is een gekke stad in de Stille Oceaan, waar één hoofdstraat van het ene naar het andere eind van de stad gaat. Wie naar andere plekken op het eiland wil moet een boot nemen, want er zijn geen wegen. Even de dieseltanks vullen nam de hele voormiddag in beslag. Een benzinepomp zoals wij die kennen hebben ze hier niet, diesel moet met de hand uit vaten worden overgepompt, en alles duurt heel lang. In de Solomon eilanden drinkt men geen kava zoals in Vanuatu. Hier kauwt men betelnoten.

betelnootverkoopplaats

Foto: betelnootverkoopplaats

Je kan ze op elke hoek van de straat kopen. Je eet ze met ‘leafs’, een soort groene langwerpige vrucht van een boom en een wit poeder, gemaakt van lijmsteen. Het geeft je rode tanden en een luchtig gevoel zolang je kauwt. Daarom kauwt men de hele dag door.

betelnooteter

Foto: betelnooteter met bloedrode tanden, de eerste keer als je het ziet denk je dat hij net iemands nek heeft uitgevreten.

Op het eerste eiland van de Solomongroep, San Cristobal proberen ook wij de betelnoten eens, maar vinden er toch maar niets aan. Ze smaken bitter en veel van het effect voelen we niet.

judita en kris eten betelnoten

Foto: Judita en Kris proberen de betelnoten

Het was geen makkelijke tocht, van Vanuatu naar Solomon. Bijna geen wind, en als het waaide kwam de wind van voor en veel te hard. Opkruisen de hele tijd, en oppassen voor riffen; zelfs in het midden van de zee. Het opkruisen gaat niet vooruit, we hebben veel te weinig slaap gehad, Honiara is nog geen 50nm van ons verwijderd, toch lijkt er geen schot in de zaak te komen. Ik zet de motor aan. We beuken recht tegen de golven in. We passeren met veel moeite langs drie gevaarlijke riffen. Dan valt de motor uit. Ik denk dat het de filter is. We zitten gevangen tussen de riffen en het vaste land, het is pikdonker en zien geen steek voor onze ogen. Laveren is niet eenvoudig, maar het lijkt er toch op dat we de riffen gaan passeren, als plots de wind volledig wegvalt. Heb ik Neptunus vervloekt? We drijven langzaam, maar zeker op het eerste rif af binnen 20 minuten zullen we er op zitten. Ik haast me naar de motorkamer en steek een nieuwe filter, start de motor en varen terug van het rif weg. Na 5min echter doet de motor het weer niet. Opnieuw drijven we op hetzelfde rif af. Ik ontlucht de motor en start opnieuw. De motor doet het weer voor enkele minuten. En dan, een heel klein beetje wind. We hebben nog niet geslapen en zijn doodmoe. We proberen het rif nu voor de derde keer te passeren. Tergend langzaam blaast de wind ons tegen de stroming in opnieuw voorbij het eerste rif. Maar spoedig valt de wind weer weg, en we worden opnieuw naar het rif gedreven. We zijn er nu zo dicht bij dat we de golven horen breken. Ik maak nu de voorfilter schoon en ontlucht nog een keer. De motor doet het. Ik wil het rif langs de andere kant passeren, verder weg van het vaste land, daar moet de wind stabieler zijn, maar slechts een heel klein beetje verder beginnen de riffen van het andere eiland al, en die zien er nog gevaarlijker uit. Nu de motor het weer doet lijkt het met toch veiliger om tussen het rif en het eiland in te motoren. Maar dan valt de motor weer uit. Ik wilde dat ik nu iemand als Raf op mijn boot had, die wat meer van motoren kent dan ik. Gelukkig neemt de wind weer wat toe, Donna is weer bestuurbaar. Het is nog steeds pikdonker en de GPS is het enige waar ik op kan vertrouwen. Ik weet dat de eilanden niet erg juist ingetekend zijn op deze kaarten, dat wil zeggen dat er soms een fout van een halve mijl op zit. Maar ik wil toch de andere strategie proberen nu, verder weg van de bergen van Guadalcanal, in de hoop er meer en stabielere wind te vinden. Maar dan moet ik doorheen een passage van 0,7nm om tussen de twee riffen door te zeilen. Elke zeiler zou dit met deze zeekaarten enkel op een zonnige middag en iemand op de uitkijk riskeren. Maar het is dit of de kans lopen dat de wind weer wegvalt net na het eerste rif. Hier blaast de wind inderdaad krachtiger, en uiteindelijk scheuren we zelfs met 7 knopen tussen de twee riffen heen. Ik bereid me voor op de grote klap, het mes om het reddingsvlot los te snijden ligt voor me, wat heb ik nog nodig? Een touw om het vlot aan Donna vast te maken, mijn grab bag, die zeker niet vergeten, ik ga het lijstje verder af, de draagbare VHF, mijn EPIRB, ik kan het allemaal in minder dan een minuut bij elkaar rapen. wat nog? Op bakboord lijkt de lichttoren die het einde van het rif aanduidt vlakbij te zijn, aan stuurboord hoor ik de golven breken. Ik vraag me af of een gelovige tijd zou hebben voor een schietgebedje op momenten als dit. Ik heb steeds één oog op de GPS, en die lijkt me te vertellen dat we langzaam maar zeker uit het risicogebied varen.

We zullen uiteindelijk nog een volledige dag opkruisen om Honiara bereiken. Het is hier dat Joeri ons vanaf zijn vulkaan op Savo ziet. Als we de baai binnenvaren stuur ik Donna tussen de grote zeeschepen door naar haar ankerplaats, tot de wind nog maar eens wegvalt. We worden nu rustig naar de kant gedreven. Ik heb de motor nog maar eens ontlucht, als het te gevaarlijk wordt, kan ik die starten en weer een minuut of vijf varen. Maar dan steekt de wind weer op. We zeilen we naar de plek die ik op de kaart had aangeduid om te ankeren. Het anker valt, we zijn er. Doodmoe.

Donna en dolfijnen

Foto: Joeri neemt een foto van dolfijnen (foto Joeri)

Geplaatst in Uncategorized | 3 reacties

1301 Vanuatu

Donna in Eromango

Foto: Donna in Erromango (foto Judita)

Tanna was geweldig, maar we moeten verder. Joeri komt. Voor de vierde keer al. Hij zal de 14e januari landen in Honiara, in de Solomon eilanden, dus we moeten eigenlijk wat opschieten. De laatste dag van ons verblijf in Tanna besluiten we wat kava te proeven, de kava van Tanna heeft de naam de beste te zijn. We blijven wat langer hangen dan gepland in de bar, de zon ging onder, en het werd donker. Als het donker wordt op Tanna wil dat zeggen donker. Er is nergens licht. Ook niet in de bar. De barman was de enige met een lichtje. Met een afgesneden drankflesje bediende hij zijn onzichtbare klanten. Mensen die kava op hebben zeggen meestal niet erg veel. Het is geen sociale drank zoals bier, dat je drinkt onder vrienden; het is ook niet iets dat je drinkt voor het boeket zoals wijn. Je giet het achterover puur voor het effect. Daarom is het in een kavabar tamelijk stil. Het enige wat de stilte verstoort is het geluid van spuwende mensen dat van alle kanten tegelijk lijkt te komen. Kava werkt een beetje op je speekselklieren die om de een of andere reden denken die dat ze nu extra hun best moeten doen. Ook op onze weg terug naar Donna horen we in het donker overal gespuug.

kavabar

Foto: Kris in een kavabar (foto Judita)

Op weg van Tanna naar Erromango ontmoeten we de uitlopers van een cycloon waarvoor we nu al een heel aantal dagen op de vlucht zijn. Het is een verschrikkelijke en uitputtende zeiltrip. “Als het zo altijd zal zijn”, zegt Judi, “dan houd ik het geen drie maanden vol.” Gelukkig doen de ankerplekken die we nadien nog zullen aandoen haar die zeiltocht snel vergeten. In Erromango komen bijna geen bezoekers, de ongeveer 200 mensen die in dit dorp wonen zijn er erg blij met onze komst, en we krijgen een heuse rondleiding van de dochter van de chef. Ze toont ons de hutten, het kerkplein met één van de drie kerken, neemt ons mee naar de waterval.

kerk

Foto: kerk in Erromango (foto Judita)

Ook hier in het dorp zijn vrijwel geen invloeden van de buitenwereld te zien. Alles wat de mensen hebben, hebben ze gemaakt van wat het eiland hen biedt. Het is mooi om te zien. Een duikersfles, hangend in een boom valt daarom meteen op. Ik geloof nooit dat het ding dient om mee te duiken, maar waarvoor dient het dan wel?
“Om de mensen naar de kerk te roepen.” Vertelt onze gids ons alsof het zo vanzelfsprekend is. Ze voegt er net nog niet ‘uiteraard’ aan toe.
We willen wat verder wandelen. Naar de andere kant van het eiland bijvoorbeeld. We vragen haar of dat mogelijk is. “Ja,” antwoordt ze.
“Hoelang duurt het om naar de andere kant van het eiland te gaan?”
“Een week.”
“Een week?”
“Ja een week, je moet verschillende bergen en valleien over.”
Ik droom ervan om de tocht te maken. Als ik wat meer tijd had zou ik er zeker aan beginnen, slapen in de dorpjes die je tegenkomt. Het moet fantastische zijn. Op dit eiland zijn er geen wegen, dus ook geen auto’s. Maar er is wel een heuse school, met een heel enthousiaste leerkracht. Hij laat ons fier de hutjes zien waarin de verschillende klassen zijn ondergebracht. Erg mooi.

kris in klas

Foto: Kris in klas (foto Judita)

De volgende dag zeilen we naar de hoofdstad van Vanuatu: Port Vila op het eiland Efata. Het is geen grote stad. Ook niet erg gezellig, maar je kan er wel op het internet; en je kan inkopen doen! We kopen allerlei dingen die we al een hele tijd niet meer gevonden hebben; boter, kaas, salami, brood. Sommige dingen zijn peperduur, andere zaken zoals biefstuk spotgoedkoop. Ik koop twee grote dikke kalfsbiefstukken voor 2,5Eur. Op de markt vinden we een hele selectie van fruit dat we nog nooit gezien hebben. Het doet goed, om nog eens in overdaad te leven. We eten goed en lekker, en veel.

Port Vila is ook een aanlegplaats voor grote kruisschepen. Ze droppen duizenden toeristen, die ’s avonds volgeladen met souvenirs weer naar hun boot vertrekken. Voor ons, die te makkelijk gewoon geworden waren aan blote bosjesmensen is het een echte cultuurschok. We staan soms sprakeloos te kijken naar al die schakeringen van wit mensenvlees verpakt in de meest afzichtelijke combinaties van gekleurd textiel en zijn erg blij dat de mensen waarmee we praten blijkbaar onmiddellijk zien dat wij niet van ‘de’ boot zijn.

Sanko Island Malekula

Foto: Sanko eiland, Malakula (foto Judita)

We hebben de weerkaarten nog eens kunnen downloaden, Donna vol met water getankt, en proviand ingeslagen voor een week of twee. Vooral Judita kan het niet meer aanzien en is blij dat we weer kunnen verder trekken. Het vlot echter niet echt. De wind zal met de dag afnemen. De eerste dag doen we nog een 70 mijl, naar het eiland Epi. Het is een prachtig eiland, maar ondoordringbaar. De tweede dag vangen we nog eens een vis. Een grote mahi mahi. Het werd tijd, want tijdens onze tocht de vorige dag verloren we maar liefst twee van de drie nieuwe lokvissen die we in Port Vila gekocht hadden. Één van de vissen heb ik uit het water zien springen. Volgens Judita een haai. Gigantisch

Judita met mahi mahi

Foto: Judita met mahi mahi

We maken met moeite 25mijl, naar het eiland Malakula. Captain James Cook blijkt deze naam van de fransen over genomen te hebben. Vanwege de vele problemen die ze er met de plaatselijke bevolking hadden noemden die het mal au cul. Cook was gewoonlijk wat beschaafder, maar hijzelf werd ook niet zo warm ontvangen. En nadat hij er besmette vis te eten gekregen had, waarna hij jeuk over het gehele lichaam kreeg vond hij die naam waarschijnlijk nog niet zo slecht gekozen. De Engelsen gaven het ook de bijnaam ‘het martelaren eiland’, vanwege al de missionarissen die ze daar hebben opgegeten.zeilboot in Sanko

 

Foto: zeilboot in Sanko (foto Judita)

Ze mogen over Malakula echter zeggen wat ze willen. Toen wij er tussen de vele eilandjes en riffen zeilden konden we onze ogen niet geloven. Zo schoon is het er, en zo onaangeroerd. Judita wil er blijven. Voor altijd. Mensen leven er zoals duizend jaren geleden. Zo zien ze er ook zo uit. Ze zijn erg vriendelijk, maar hoewel we weten dat ze geen mensenvlees meer eten, als ze hun ongewoon stevig gebit bloot lachen zijn we er toch niet zo heel zeker van.

snorkeltocht in Malakula

Foto: snorkeltocht in Malakula

Malakula heeft een slechte naam voor haaien. Regelmatig zijn er aanvallen. Dat is jammer, want het is erg warm, en we zijn gewoon om dagelijks wat te zwemmen. De eerste inboorling die we zien zegt echter dat er geen probleem is. We snorkelen langs de prachtige koraalriffen. Het water is zo warm dat we er uren in blijven. We zien geen enkele haai. Toch vragen iedereen die we later nog tegenkomen of er zitten. Iedereen zegt iets anders. En van de gesprekken kan je meestal niet veel opmaken.

kris met man in kano

Foto: Kris met man in kano (foto Judita)

“Zijn er haaien?
Grote grijns.
“Ho ja, veel.”
“Welke?”
“Grote haaien, tijgerhaaien, hamerhaaien, witte haaien.”
“Zijn ze gevaarlijk?”
“Ja gevaarlijk.”
“Wat moeten we doen als we dr één tegenkomen?”
“Niets.”
“Niets? Waarom niet?”
“Ze zijn bang. Ze zwemmen weg.”
“Worden er soms mensen opgegeten?”
“Oh ja.”

judi met haar flippers

Foto: Judita met haar flippers

We besluiten om toch niet te veel meer te zwemmen. Er in en er uit, meer niet. Elke dag proberen we wat verder te geraken, maar er is geen wind. Vandaag hebben we niet meer dan 15nm afgelegd. Van de ene ankerplaats naar de andere. We liggen nu in Port Sandwich. Buiten een vervallen aanlegsteiger is er niets dat ooit op een ‘port’ geleken heeft. De hele dag is er geen zucht wind. We vermaken ons wat met de kajak, spelen Tarzan in de bomen en kijken wat rond op de vele eilandjes. Hoog in de bomen zien we vleermuizen, als raven zo groot. Ze lijken als uit een tekenfilm te komen. We hebben die beesten al op de markt gezien. De lokale bevolking eet ze op. Ik heb de indruk dat ze hier alles opeten wat enigszins eetbaar is. Deze vleermuizen zijn fruiteters. Ze doen zich te goed aan papajas en dergelijke, tot ze door een eilandbewoner uit de boom geknuppeld worden.

Judita en Kris in de bomen

Foto: Judita en Kris in de bomen

Op 13/1/13 proberen we toch maar wat afstand af te leggen. Zonder veel succes echter. Gedreven door opeenvolgende regenbuien en golven leggen we toch een 50tal mijl af. Door de golfslag wordt het heel erg oncomfortabel. Maar die nacht gaat de wind weer liggen. We bevinden ons nu in het midden van de zee tussen Pentecost Island, waar het bungee jumpen is uitgevonden, Malakula en Lataro Island. Nergen land te bespeuren. Tegen de morgen zijn we Aoba Island gepasseerd, de wind is nu volledig gaan liggen. Er zijn ook geen golven meer, wat het wat aangenamer maakt. De dichtstbijzijnde ankerplaats is op Espiritu Santo, 25nm. We motoren er heen. Hijsen af en toe de zeilen, laten ze wat later weer zakken. Zo gaat het de hele tijd door.

Judita en Kris op de grond

Foto: Kris en Judi op het strand. Judita is erg huiselijk. Van wat palmbladeren maakt ze een comfortabele mat om op te zitten.

Ondertussen verliezen we onze laatste lokvis. Ik besluit er zelf maar één te maken met wat lood en een plastieken zak die ik aan repen snijd. Even later hebben we een vis. Een kanjer van twee meter, ik weet niet wat het is. Vanaf nu koop ik geen luren meer. Ik maak ze voortaan zelf.

We moeten officieel uitklaren in Vanua Lava, in de Banks eilanden, genoemd naar de flamboyante bioloog Joseph Banks, die Captain James Cooks op zijn eerste reis vergezelde. In die dagen was Banks veel bekender dan Cook. De 16e komen we er aan. We verwachten geen grote stad, eerder iets als in Lenakel. Maar we zien enkel ongerepte natuur. Erg mooi, maar we moeten dringend nog eens de weerkaarten downloaden, ik wil Joeri contacteren, en mijn blog posten. Judita ziet iets dat op menselijke aanwezigheid wijst.
“Kijk daar, een toren.” Ze wijst naar een gsm zendmast.
“En daar, een kruis.”
We zien ook een stukje weg over de heuvel. De Hoofdstad van het district Banks moet hier zijn. De douane is heel vriendelijk en spraakzaam. Hij zit onder een boom aan het strand als we aankomen. We zijn zijn eerste klanten dit jaar. Hij houdt ons echter nog een dag in Vanua Lava. We moeten 7000Vatu havenrechten betalen, wat we niet meer hebben. Havenrechten, 7000Vatu, ongeveer 60Euro, dat is toch veel geld voor een land zonder havens. Hij vertelt ons ook dat er een zeekoe rondzwemt. Hij vertelt ons de plaats, we gaan er heen. De weg is wat stenig, we maken schoenen van palmschors.

nieuwe schoenen

Foto: schoenen van palmschors

Hier komen we Freddy tegen met zijn ‘voiture’; een transportmiddel, gemaakt van een stok en wieltjes. Aan de stok kan je bananentrossen hangen, het heeft ook een stuur.

freddy met zijn voiture

Foto: Freddy met zijn ‘voiture’

De zeekoe hebben we niet gevonden, een visser die we tegenkomen heeft hem 20min geleden nog gezien. Het beest is enorm, zo zegt hij, groter dan zijn kano. We moeten ook nog de weerkaarten downloaden, maar er is geen internet op het eiland. Er is wel een weersstation. De weg was eenvoudig uitgelegd: volg de hoofdweg, en ga na de kreek aan de school links de berg op. Maar de kreek was door de regenval een wildwaterrivier geworden, er was niet aan oversteken te denken. We proberen het verder naar boven, uiteindelijk kunnen we de rivier oversteken langs de strandkant. Het weersstation was leeg, niemand te zien. Maar na deze tocht denken we er niet aan terug te keren zonder weersvoorspellingen. We wachten tot er iemand aankomt.

luizen plukken op het strand

Foto: familieleven: luizen plukken op het strand.

Even later dagen wat kinderen op. Hun vader, de weerman ligt binnen te slapen. Via de radio maakt hij contact met de dienst in Vila, we krijgen te horen dat er de komende vijf dagen geen cycloon wordt verwacht, en dat er veel regen in de lucht hangt. Dat is het. Even de weerberichten checken, het nam een halve dag in beslag.

dorp in Vanua Lava

Foto: dorp in Vanua Lava

Maar wind is er nog steeds niet. We vertrekken toch, en zwalpen de hele dag op de golven. De genua klopt vervelend van de ene kant naar de andere. Van een oud laken en twee roeispanen maken we een hangmat. We doen ons best om zo snel mogelijk bij Joeri in Honiara te geraken, maar het vlot echt niet. Wat erg vervelend is, is dat we hem nog steeds niet hebben kunnen contacteren. De laatste keer dat we internetverbinding hadden was ongeveer 10 dagen geleden. Ook met de satelliettelefoon lukt het niet.

hangmat

Foto: hangmat

In het begin namen we er foto’s van; de lokale bevolking die ons komt verwelkomen. Nu zijn we soms blij dat er niemand te zien is. De mensen hier op Tegue, het laatste eiland in Banks waar we een tussenstop houden leven nog echt volledig afgesloten van de buitenwereld. Wat ze hier hebben, hun machete uitgezonderd, hebben ze zelf gemaakt. Ze eten wat hun omgeving hen aanbiedt. Als ze een zeilboot zien is dat voor hen een hele gebeurtenis. Je ziet hoe ze in bewondering staan voor wat zij de ‘witte mensen magie’ noemen. Ze komen dan een kijkje nemen in hun uitgeholde boomstam, en hangen makkelijk een half uur rond je boot te draaien zonder één woord te zeggen. We zijn er aan gewoon geworden.
De meesten spreken immers geen Engels of Frans. Hoe hun lokale taal heet weten ze niet.
“Bislama?” vraag ik.
“no, not Bislama.” Onze jonge gids kijkt naar de rest van de bende die ons volgt en vraagt wat in het rond.
“Local language.” Is het enige wat hij en zijn stamgenoten het kunnen noemen.

21 januari, we dobberen op een rimpelloze zee. Nog 180nm te gaan. Tegen deze snelheid zal het nog vier dagen duren voor we in de Solomon eilanden aankomen. Om toch wat afstand af te leggen hebben we de hele nacht gemotord. Ook de volgende dagen is het windstil. We motoren veel, met elke zucht wind proberen we de zeilen nog eens.
Op 23 januari is er even wat wind. We bereiken onze ankerplaats op San Cristobal, Solomon Eilanden als het al donker is geworden. Het is weer hopen dat de GPS betrouwbaar is. Maar we zijn er. Echter, buiten wat rook dat van achter de heuvels ter hemelen opstijgt zijn er geen tekens van menselijke aanwezigheid. Ook Santa Anna, het eerste eiland van de Solomon groep dat we voorbij vaarden bleek onaangeroerd door de mens. Erg mooi, maar we hadden wel gehoopt nu Joeri ergens te kunnen contacteren.

rimpelloze zee

Foto: rimpelloze zee

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen